Onderwijs aan jongeren met chronische klachten

Project Jongeren Binnenboord
Verder

Het realiseren van maatwerk vraagt om een optimale benutting van de bestaande en verwerfbare ruimte in wet- en regelgeving. Hiervoor is deels de instemming nodig van de onderwijsinspectie en de leerplichtambtenaar en in voorkomende gevallen ook van de minister van onderwijs. Er is zeker bereidheid bij deze instanties om hier in individuele gevallen aan mee te werken. De school dient wel inzichtelijk te maken dat maatwerk de enige reële mogelijkheid is om voor de betreffende leerling schooluitval en onderbenutting van talenten te voorkomen en zoveel mogelijk toe te komen aan de verplichting tot geregeld schoolbezoek. Op grond van de beoordeling van het ministerie van de door ons opgestelde verkenning van de wettelijke mogelijkheden voor het realiseren van maatwerk hebben we een indeling gemaakt met betrekking tot de beslissingsbevoegdheid voor de benodigde aanpassingen.

Aanpassing
Beslissingsbevoegdheid
Uitwerking
Geregeld schoolbezoek
Leerplichtambtenaar
Vrijstelling van de verplichting tot geregeld schoolbezoek. Omdat een flexibel onderwijstraject, passend bij de mogelijkheden van de jongere met chronische klachten en met medewerking van de school in kwestie, een goede manier is om te voldoen aan de opdracht tot ‘geregeld schoolbezoek in brede zin’.
Maximale studieduur
Eigen beleidsruimte Onderwijsinspectie Ministerie
vmbo, havo, vwo
Er bestaat geen centrale regelgeving voor doubleren en bevorderen in zowel de onderbouw als de bovenbouw, hier ligt dus eigen beleidsruimte. Wel zijn scholen gehouden aan de regels met betrekking tot de maximale studieduur.

havo en vwo
Voor het voltooien van de eerste drie leerjaren van havo/vwo geldt en maximale studieduur van vijf jaar. De school kan hier gebruik maken van de eigen beleidsruimte met betrekking tot beperking van de studielast om te voorkomen dat doelgroepjongeren in de problemen geraken. De bovenbouw havo en vwo kent geen maximale verblijfsduur. De school heeft hier benutbare eigen beleidsruimte, die zij voor deze doelgroep kan inzetten.

vmbo
Over het gehele vmbo mogen leerlingen maximaal vijf jaar doen. Artikel 27 WVO (lid 6 en 10) en de uitwerking hiervan in artikel 11 van het Inrichtingsbesluit, biedt de mogelijkheid om de maximale verblijfduur in het vmbo met 1 jaar te verlengen. Aan te vragen bij de onderwijsinspectie. Voor verdere verlenging laat de WVO geen ruimte. In uitzonderlijke individuele gevallen kan de problematiek van de maximale studieduur aan de minister voorgelegd worden.
Geldigheidsduur studieresultaten
Eigen beleidsruimte
Voor eindcijfers en cijferslijsten geldt een maximale geldigheidsduur van tien jaar. De wet laat de geldigheidsduur van overige behaalde onderwijsresultaten van schoolexamenonderdelen open, omdat het bevoegd gezag hierover dient te beslissen. De school heeft haar eigen beleidsruimte gebruikt bij het opstellen van het Onderwijs- en Examenreglement en het Programma van Toetsing en Afsluiting. Deze worden jaarlijks door de schooldirectie ter informatie toegezonden aan de inspectie. De school kan van diezelfde beleidsruimte gebruik maken door voor doelgroepleerlingen een geheel eigen variant hierop op te stellen en naar de inspecteur te sturen.
Wijze van toetsen en examineren
Eigen beleidsruimte Onderwijs inspectie
Het bevoegd gezag kan voor leerlingen met chronische klachten de toetsing van het schoolexamengedeelte aanpassen. In de Kwaliteitseisen, zoals die door de onderwijsinspectie ten aanzien van toetsen zijn geformuleerd, staat zelfs expliciet vermeld dat, in voorkomende gevallen, de wijze van toetsen dient te worden aangepast aan de condities van de student. Bij het eindexamen is het mogelijk om voor doelgroepleerlingen de examentijd te verlengen met 30 minuten. Een mededeling hiervan aan de onderwijsinspectie is voldoende. Er bestaan daarnaast al mogelijkheden voor het aanpassen van de centrale examens. Dit is in individuele gevallen mogelijk in overleg met de inspectie. De onderwijsinspectie ontvangt overigens graag van de school een apart protocol met betrekking tot een aangepaste wijze van toetsing en examinering voor deze doelgroep. Een model hiervoor kunt u hier vinden.
Studielast
Eigen beleidsruimte Onderwijs inspectie
Het voortgezet onderwijs heeft twee functies, het voorbereiden van de leerlingen op het vervolgonderwijs en brede vorming van de leerlingen. Ook voor jongeren met chronische klachten leerlingen zijn beide functies belangrijk en ook zij worden geacht het hele onderwijsprogramma te volgen. Toch is het mogelijk om, in overleg met de onderwijsinspectie, de studielast voor deze leerlingen op een aantal punten te beperken. De school kan in overleg met de ouders besluiten om op grond van de klachten aan de leerling een vrijstelling te geven voor het vak Lichamelijke Opvoeding en dus ook af te zien van vervangende opdrachten. Een melding hiervan aan de inspectie volstaat. Ook heeft de school verschillende mogelijkheden om voor vakken, toetsen of praktische opdrachten een vervangend programma aan te bieden. Bijvoorbeeld voor een leerling die niet in staat is om deel te nemen aan het excursieprogramma voor de kunstvakken (ckv1). Ook de extra te volgen vakken in het derde jaar van de vmbo (gemengde en theoretische leerweg), op te nemen in het examendossier, kunnen worden afgesloten op een wijze die past bij de mogelijkheden van de jongere met chronische klachten. Een andere mogelijkheid is om voor kerndoelen van de onderbouw, met een vervangend programma te komen. Er kan daarbij een verdeling in de diepgang gemaakt worden tussen de toekomstige examenvakken en de overige vakken. Daarnaast kunnen vakdocenten de leerling helpen door heel nauwkeurig de noodzakelijke oefen- en leerstof aan te geven en daarbij weg te laten wat kan.
Studietempo
Eigen beleidsruimte Onderwijsinspectie
De wet en de besluiten bepalen de inhoud van de leerstof voor de basisvorming en het eindexamen en regelen de maximale studieduur. Het studietempo wordt vastgelegd door methoden en leerboeken die zorgen voor een evenwichtige verdeling van de leerstof over de leerjaren en door het eigen reglement van de school. Zo ontstaat er een overzicht van de hoeveelheid leerstof die in één schooljaar moet worden doorgewerkt en van de momenten waarop die getoetst of afgerond wordt. Het bevoegd gezag kan voor individuele leerlingen het studietempo aanpassen aan de mogelijkheden van de leerling. Afgesproken kan worden om geheel of gedeeltelijk af te zien van het leerstofjaarklassen-systeem en te kiezen voor een aangepaste verdeling van de verplichte leerstof. In veel gevallen zal deze leerling dan wel langer over de opleiding doen. Het voordeel voor de leerling is, dat er een haalbare planning ontstaat en dat er nooit meer iets opnieuw gedaan hoeft te worden. Voor deze leerling moet dan een individueel onderwijstraject opgesteld worden. Dit vervangt dan de standaard afspraken, de onderwijs- en examenregeling (OER) en de programma’s van toetsing en afsluiting (PTA). Een omschrijving van het maatwerk dient tijdig te worden voorgelegd aan de onderwijsinspectie. Een model hiervoor kunt u hier vinden.
Spreiding examen
Eigen beleidsruimte Onderwijsinspectie Ministerie
Sinds 1-8-2007 is het mogelijk om in een of meer vakken in het voorlaatste jaar examen af te leggen. Dit biedt de mogelijkheid om voor doelgroepleerlingen het examen te spreiden zonder tussenkomst van de onderwijsinspectie. Daarnaast maakt artikel 59 van het Eindexamenbesluit een spreiding van voltooiing van het eindexamen over twee jaar mogelijk. Het bevoegd gezag kan dit toestaan, nadat ze hierover de inspectie gehoord heeft. Of er een combinatie mogelijk is van ‘spreiding van voltooiing van het eindexamen’ met de nieuwe bepaling in het examenbesluit dat alle leerlingen in het voorlaatste schooljaar met het examen kunnen beginnen, moet nog worden onderzocht. In zeer uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag voor nog verdere spreiding eventueel een verzoek indienen bij de Minister.
Thuisonderwijs
Eigen beleidsruimte
Artikel 6b van de WVO geeft aan dat het onderwijs zodanig dient te worden ingericht dat leerlingen die in verband met ziekte thuis verblijven dan wel opgenomen zijn in een ziekenhuis op adequate wijze voldoende onderwijs kunnen genieten. Artikel 18 regelt de ondersteuning, door een educatieve voorziening dan wel een schoolbegeleidingsdienst, waarvan het bevoegd gezag van en school gebruik kan maken bij het geven van onderwijs aan zieke leerlingen. In geval van indicatie voor leerlinggebonden financiering is er bovendien ondersteuning beschikbaar door een ambulant begeleider vanuit het speciaal onderwijs. Het toezicht op thuisonderwijs gaat onder de leerplichtambtenaar vallen.
Zelfstudie onder begeleiding
Eigen beleidsruimte Onderwijsinspectie
Om een aangepast studietempo praktisch vorm te geven en flexibiliteit binnen een aangepast onderwijstraject te behouden is het noodzakelijk om voor één of meer vakken te kiezen voor zelfstudie onder begeleiding. Dit betekent dat de leerling in eigen tempo aan deze vakken werkt. Dat kan op school zijn tijdens de lessen of in een apart lokaal, maar dit kan ook thuis. De hulp bieden de docenten via de e-mail en op afgesproken lesuren op school. De school kan ondersteuning vragen (zie thuisonderwijs). Wanneer de leerling voldoende heeft geleerd voor een toets, dan vraagt hij of zij die aan. Er wordt niet gewacht op toetsweken, de docenten zorgen voor extra toetsen. Voor de zelfstudievakken is er in een individuele onderwijstraject wel een planning gemaakt, maar deze is flexibel. In veel gevallen wordt de leerstof van twee schooljaren over drie jaar verdeeld, maar andersom kan het in sommige gevallen ook handig zijn om een bepaald vak juist sneller af te ronden. Een omschrijving van het maatwerk dient tijdig te worden voorgelegd aan de onderwijsinspectie. Een model voor een meerjarig onderwijstraject kunt u hier vinden.
Samenwerking met andere scholen
Eigen beleidsruimte van de betrokken onderwijsinstellingen
Het uitbesteden van een deel van het onderwijsprogramma naar een VSO-school is mogelijk op grond van artikel 99, zesde lid onder c van de Wet op het voortgezet onderwijs. Ook samenwerking tussen voortgezet en primair onderwijs is mogelijk op grond van dit artikel. De wenselijkheid of noodzaak hiertoe kan zich onder meer voordoen wanneer de leerling wordt opgenomen in een revalidatiecentrum. Een model voor een samenwerkingsovereenkomst kunt u hier vinden. De Wet samenwerkingsconstructies VO-BVE regelt de samenwerkings-mogelijkheden tussen VO-scholen onderling, tussen de VO-school en het VAVO en tussen de VO-school en het MBO. Het kan daarbij gaan om gedeeltelijke uitbesteding voor een klein vak dat niet op de eigen school gegeven wordt, voor het afronden van een examenvak op een hoger niveau (binnenkort mogelijk), voor bijzondere studieonderdelen ter verbreding van ‘de horizon’ of voor het sprokkelen van vakken voor het diploma. Ook is een voltijds uitbesteding naar het VAVO mogelijk voor het afronden van de opleiding.

Documenten

> Model maatwerkprotocol
> Samenwerking VO-SVO